afbeelding De jas aan de kapstok. (10)

Het herstelproces van Hélène verloopt veel moeizamer dan aanvankelijk verwacht. Ze voelt zich niet goed de laatste weken.

De dagelijkse bezoeken aan de kinesitherapeut zijn tijdelijk stopgezet. Ze komt de deur niet meer uit. Arthur-Emile wil de dokter laten langskomen maar dat weigert ze pertinent.

‘Ik moet geen dokters, ze kunnen mij toch niet helpen. Ze kunnen zelfs mijn knie niet deftig repareren’, snauwt ze hem kwaad toe.

‘Goed dan, we wachten nog wel even af… we zullen wel zien’, antwoordt hij haar gedwee.

Pauline brengt haar nog een pijnstiller waarna ze weer rustiger wordt. Haar algemene gezondheidstoestand gaat zienderogen achteruit, ze weigert om voedsel tot zich te nemen. Pauline heeft er geen goed oog in. Ze moet ingrijpen voor het te laat is, zo kan het niet verder. Arthur-Emile kijkt gelaten toe als een geslagen hond.

Het is een zeer onrustige nacht geworden in het huis van Arthur-Emile en Hélène.

Hélène werd met spoed opgenomen in het hospitaal. Ze kan de pijn niet meer verdragen, pijnstillers helpen niet meer. De wonde aan haar knie is volledig geïnfecteerd en ze maakt hoge koorts. Het is ernstig. Verschillende dokters uit naburige hospitalen worden in allerijl opgeroepen. Ze zitten in een stroomversnelling. Na onderzoek is gebleken dat Hélène besmet raakte door de vleesetende bacterie, die ontstaan moet zijn in de wonde van haar knie. Daar is het beginnen woekeren. Al haar weefsels worden aangetast en sterven stelselmatig af. Moet haar been geamputeerd worden? Kunnen ze haar nog redden?

20107213_1351761708278675_1220572283_o (3)

Pauline en Arthur-Emile rijden op en af naar het hospitaal. Ze ligt op intensieve zorgen. Het gaat slecht met Hélène. De behandelende artsen doen al het mogelijke om hun patiënte beter te maken, maar ze moeten machteloos toekijken. Het onheil is geschied. Ze kunnen niets meer voor haar betekenen. Alle hoop op genezing is in een paar uur tijd verdwenen als sneeuw voor de zon. Dit komt hard aan bij haar man en Pauline.

Ze ligt in een kamer waar ze de nodig ondersteuning krijgt. Ze voelt haar einde naderen en wil enkel nog alleen zijn. Ze wil niemand meer zien.

‘Het is een kwestie van uren, dagen…’, hebben de dokters meegedeeld.

Arthur-Emile is er kapot van en met gebroken stem smeekt hij Pauline niet weg te gaan.

‘Pauline, dit kan ik niet alleen aan, ik wil dat je blijft. Laat me nu niet in de steek, ik heb je nog zoveel te vertellen…’.

Pauline had al overwogen terug huiswaarts te keren naar de berg, maar door de kritieke situatie van Hélène heeft haar verblijf een andere invulling gekregen. Zij kan nu niet nadenken over haar toekomst. Ze moet op dit ogenblik een steun zijn voor hem.

Ook al wil Hélène hem niet meer zien, Arthur-Emile wijkt niet van haar zijde. Stilletjes waakt hij op de stoel naast haar bed.

Op de een of andere manier voelt ze zijn aanwezigheid.

Met haar laatste krachten opent ze haar ogen en wijst naar haar handtas op het nachttafeltje.

‘Een brief … voor Pauline …’.

Dit was het enige wat ze zei. Ze keek hem nog een keer aan en sloot haar ogen voor de allerlaatste keer. Ze slaakte een diepe zucht en … toen was het voorbij. Haar ziel had haar lichaam verlaten. Arthur-Emile kuste haar op de wang en verliet de kamer. Hij stapte de eindeloos lange gang door waar Pauline hem heeft opgevangen.

Wordt vervolgd…

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s