Sprookje.

Er was eens een klein meisje…

001 (2)
1,5 jaar

 

Ze was de jongste van vier. Thuis hadden haar ouders een kruidenierswinkel en soms moest zij al eens bijspringen samen met haar broers en zus. Tijdens de zomervakanties ging ze soms logeren bij een tante om samen met de nichtjes te spelen. Dat vond ze wel fijn. Ze gingen zwemmen in het stedelijk zwembad of ze zaten op de schommel in de grote tuin. Ze gingen naar de jaarlijkse kermis, het speelplein in het bos en ze kreeg nog als extra een nieuw kleedje dat haar tante zelf had genaaid. Maar al snel miste het meisje de zee. De open lucht, de zeebries en het zand. Ze was altijd blij terug thuis te zijn bij papa en mama, broers en zus.

Doordat haar ouders druk bezig waren ging ze vaak alleen naar het strand. Het kleine meisje luisterde goed naar de instructies die ze meekreeg en overschreed nooit de limieten. Soms ging het buurmeisje mee.

005 (2)
Mijn poppenwagen door mijn papa gemaakt.

Ze hield van haasje-over springen en van rolschaatsen bij windkracht 10. Haar rolschaatsen werden dan nogal goed aangedreven. Meermaals kwam ze thuis met kapotte knieën, maar dat ging snel weer over. In die tijd mochten er nog honden mee de winkel in, en haar moeder zei dan altijd: ‘ laat die hond maar aan de wonde likken, dan geneest het sneller.’

004 (3)
Samen met mijn broer Dirk, toen was ik 5 jaar.

 

Ze speelde ook graag met de jokarie. Voor degenen die dat niet kennen: het is een blokje hout waaraan een lang elastiek bevestigd is met aan het uiteinde een tennisbal. Daar kon ze urenlang mee spelen. Telkens opnieuw een keiharde smash geven gaf haar een enorme voldoening. De bal keerde toch altijd terug. Dat was toch de bedoeling van dit spel. Door het vele gebruik ervan ging het elastiek wel eens stuk. Dan kon ze het op de 200 m sprint zetten, de bal achterna.

Haar vader was een brood- en banketbakker. Vele taarten heeft ze hem zien maken. In de zomermaanden bakte hij zelfgemaakte oliebollen en maakte hotdogs en croque-monsieurs. De lekkere geur verspreidde zich snel en de hele buurt kwam deze lekkernijen kopen.

003 (2)
Mijn ouderlijke woonst met winkel.

Fantastische tijden beleefde ze aan de zijde van haar papa. Ze was niet weg te slaan uit zijn buurt. In de wintermaanden maakte hij zelf marsepein. In de winkel, op een porseleinen plateau, stonden de roze varkentjes met gekrulde staart netjes zij aan zij en de ‘witte worst’ draaide sierlijk rond een torentje. Dan was er nog een grote schaal met versgedraaide marsepein balletjes in cacaopoeder gerold. De zogenaamde ‘patatjes’. Dat was moeilijk om daar van af te blijven.

 

Dit kleine meisje kende een onbezorgde prille jeugd samen met haar familie.

Ik kan het weten, want dat meisje, dat ben ik.

 

3 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s